Make your own free website on Tripod.com


ACTIEPUNTEN

De komende jaren wil ik op een aantal terreinen een aantal actiepunten nastreven. Dit wil ik zowel door beinvloeding van overheid, burgers en bedrijven bereiken, samen met anderen die u onder andere bij de links kunt vinden. De actiepunten zijn onderverdeeld over de volgende terreinen:

Milieu en duurzaamheid
Landbouw, natuur en dierenwelzijn
WTO en internationaal handelsbeleid
Internationale solidariteit en conflictpreventie

Milieu en duurzaamheid

· GroenLinks erkent dat duurzaamheid betekent een leefbare aarde als basis voor een economische en sociaal stabiele menselijke samenleving op lange termijn. Dit is ook de beste basis om toekomstige conflicten om hulpbronnen te voorkomen, juist deze conflicten zullen de komende eeuw in alle hevigheid toenemen naar verwachting. Dit alles betekent dat toekomstig beleid moet meehelpen aan het realiseren van de volgende voorwaarden voor een leefbare aarde:
- er ontstaan sluitende kringlopen van zoet water, mineralen in de landbouw en van grondstoffen in de industrie, dit voorkomt aan de ene kant uitputting en aan de andere kant vervuiling,
- energie wordt duurzaam opgewekt,
- de biodiversiteit van planten, dieren en micro-organismen blijft behouden.
Toelichting: Dit is een goede basis voor ons verkiezingsprogramma en legt het verband tussen de ecologische, sociale en economische dimensie van een duurzame ontwikkeling. Verder betekent het dat toekomstig beleid deze voorwaarden als toetssteen kan gebruiken, waardoor beleidsmaatregelen die averechts werken op deze voorwaarden, worden voorkomen.

· Producenten zijn verantwoordelijk voor de milieubelasting en uitputting van hulpbronnen gedurende gehele levenscyclus, dus inclusief de grondstoffenwinning en de afvalfase, van hun producten.
Toelichting: Veel verwerkende en industriële bedrijven leggen nu nog geen verantwoording af voor de fase van de grondstoffenwinning en primaire landbouwproductie. Juist de mijnbouw en exportlandbouw hebben vaak schadelijke effecten voor natuurlijke omgeving en plaatselijke bevolking.

· De overheid richt zich op verdere bewustwording van de bevolking, om het consuminderen verder te bevorderen en uit het alternatieve circuit te halen. Ook zal deze bewustwording zich richten op energie- en waterbesparing, vermindering van autogebruik, aankoop van milieuvriendelijke producten en afvalpreventie. Een goede methoden zijn is bijvoorbeeld het (financieel) stimuleren van deelname aan ecoteams.
Toelichting: Alleen financiële prikkels zijn niet genoeg om blijvend menselijk gedrag te veranderen. Mensen moeten via bewustwording door de overheid en maatschappelijke organisaties, ook een 'probleem' met hun geweten of sociale omgeving, krijgen voordat ze worden aangezet tot gedragsverandering.

· In het onderwijs wordt duurzaamheid geïntegreerd in het lesprogramma. Hierbij wordt bereikt dat leerlingen een integrale visie ontwikkelen op de economische, sociale en ecologische dimensies die onderdeel uitmaken van een duurzame samenleving. Hetzelfde geldt voor onderzoek; er moet meer interdisciplinair duurzaamheids-onderzoek moeten worden uitgevoerd, waarbij economische haalbaarheid gekoppeld wordt aan gevolgen voor milieu en huidige en toekomstige generaties.
Toelichting: In het huidige onderwijsprogramma maar ook in de publieke opinie (wat hier ten dele het gevolg van is) wordt teveel de nadruk gelegd op de economie alleen, zonder daarbij rekening te houden met de negatieve gevolgen voor andere bevolkingsgroepen op aarde, natuur en milieu, en toekomstige generaties.

· Er wordt een (financieel) stimuleringsprogramma ontwikkeld om tot een duurzame economie te komen. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van duurzame technologien, kennis en informatie- en communicatietechnologie en zelfvoorzienende (streekeigen) landbouw en woon-werkprojecten.
Toelichting: Hiermee kan Nederland toch een economische groei handhaven, vooral als men probeert een voorloper te worden. Vooral regionale en zelfvoorzienende economien kunnen er voor zorgen dat ook sociale en ecologische aspecten centraal komen te staan.

· GroenLinks stimuleert de overgang naar de berekening van een groen Bruto Nationaal Product, waardoor negatieve milieueffecten een negatieve in plaats van een positieve invloed hebben op dit BNP. Ook de economische groei moet op basis van dit principe berekend worden.

Landbouw, natuur en dierenwelzijn

· De teruggang van het aantal boeren moet worden gestopt, dit komt het landschapsbeheer en de leefbaarheid op het platteland ten goede. Hiervoor is het onder andere noodzakelijk dat de mogelijkheden voor verbrede landbouw worden uitgebreid. Mogelijkheden naast de productiefunctie zijn: steekeigen productie, zorgboerderijen, verkoop aan huis, agrotoerisme, opwekking van duurzame energie, waterberging, natuur- en landschapsbeheer.

· Binnen de EU worden voedselveiligheids-, milieu en dierenwelzijnsnormen op een hoger niveau geharmoniseerd. Producten die door de detailhandel worden verkocht, voldoen aan dezelfde hoge eisen die nationale regeringen aan hun eigen boeren opleggen. Dit stimuleert een omslag in de landbouw in de gehele EU, en stimuleert de eigen boeren om deze omslag ook te maken.
Toelichting: Door de internationale detailhandel zijn Eurep-GAP-normen opgesteld, die inhouden dat de producten die zij uit andere landen inkopen moeten voldoen aan de normen van het land van herkomst, maar dus niet aan het land van bestemming. Hierdoor wordt in de hand gewerkt dat de detailhandel de producten zo goed mogelijk koopt in andere landen, dat deze producten kwalitatief minder zijn dan de producten uit eigen land, en dat boeren die een kwalitatief hoog product maken worden weggeconcurreerd.

· Het verwerken van diermeel in veevoer wordt weer toegestaan in voer dat bestemd is voor varkens en pluimvee. Het verbod op verwerking van diermeel leidt tot gebreksverschijnselen bij varkens en pluimvee, verbranding van hoogwaardige eiwitten, overbevissing en verwerking van extra genetisch gemanipuleerd soja in het veevoer. Ook is de prijs van het veevoer gestegen, en de verkoopprijs van dieren gedaald door dit verbod.
Toelichting: Het niet verwerken van diermeel is strijdig met de kringloopgedachte. BSE wordt niet verspreidt via varkens en kippen, wat in tegenstelling tot runderen en schapen omnivoren zijn. Het blijkt zelfs dat kippen gebreksverschijnselen vertonen en kannibalisme toepassen omdat ze essentiële voedingsstoffen missen. Ook zijn er zoveel waarborgen ingebouwd in het slachtproces dat risicovolle delen van dieren en zieke dieren absoluut niet meer kunnen worden verwerkt in veevoer. De risico's voor de gezondheid van genetisch gemanipuleerd veevoer worden beperkt door het opheffen van dit verbod.

· Import handel en bezit van in het wild gevangen dieren wordt verboden. De handhavingscapaciteit van de Algemene InspectieDienst wordt uitgebreid, terwijl ook het Landelijk Team van de AID in ere wordt hersteld. Import, handel en bezit van gekweekte dieren wordt aan strenge vergunningseisen onderworpen.
Toelichting: Het kan niet zo zijn dat de natuur wordt leeggeplunderd en diersoorten bedreigd worden, omdat mensen hier een exotisch dier in een kooitje willen houden. Maatschappelijke organisaties uitten kritiek dat door de opsplitsing van het landelijke team in regionale teams veel specialistische kennis verloren is gegaan. Ook is de handhavingscapaciteit al jaren laag, zeker vergeleken met de prominente plaats die Nederland inneemt in deze lucratieve illegale internationale handel in exoten, en vergeleken met de handhavingscapaciteit bij de handel in verboden verdovende middelen.

· De toepassing van genetische manipulatie in gewassen en bij dieren wordt verboden. Ook wordt er een gentech-vrije voedselketen ontwikkeld.
Toelichting: Aan genetische manipulatie zijn vele negatieve effecten en risico's voor milieu en volksgezondheid verbonden. Ook profiteren vooral internationale zaadbedrijven en bestrijdingsmiddelenfabrikanten van deze toepassing. Kleine boeren raken in een afhankelijke positie door deze toepassing. Mondiale voedselzekerheid wordt op een negatieve manier beinvloed door genetische manipulatie, brede toepassing van gewassen en biologische bestrijding levert een veel betere bijdrage. Ook moeten er sociaal-economische in plaats van technologische veranderingen plaatsvinden om honger de wereld uit te helpen.

WTO en internationaal handelsbeleid

· Uit economisch, sociaal en milieuoogpunt is het onwenselijk dat de handel in onbewerkte landbouwproducten geliberaliseerd wordt. Deze producten moeten dus buiten de WTO-onderhandelingen blijven; elk land bepaalt zelf de eisen die aan haar voedsel gesteld worden. Zowel voor de boeren als de lokale bevolking in Noord en Zuid is het het beste als voedsel zoveel mogelijk regionaal wordt geteeld. Een uitzondering kan gemaakt worden voor tropische producten die zoveel mogelijk via het fairtrade-principe moeten worden geproduceerd, waarbij VN (milieu)verdragen en ILO-verdragen (arbeid) en EU- en nationale wetgeving worden gerespecteerd.
Toelichting: Het enige doel van de WTO is om handelsbelemmeringen weg te halen, dit blijkt uit het verbod om hormoonvlees tegen te mogen houden en het mogelijk verbod op labeling van duurzaam gekapt hardhout en genetisch gemanipuleerd voedsel. Van de productie en handel in onbewerkte landbouwproducten profiteren vooral eigenaars van grootschalige plantages in monocultuur, handelaren en multinationals, niet de kleine boeren en de lokale bevolking waarvan de voedselzekerheid in gevaar komt. Ook leidt al dit gesleep met voedsel, veevoer en bloemen tot bodemdegradatie en wateruitputting in ontwikkelingslanden, mestoverschotten in het Westen en een toename van het broeikaseffect.

· De exportsubsidies voor Europese landbouwproducten worden afgeschaft, (gedeeltelijk) in ruil voor steun voor natuur- en landschapsbeheer.
Toelichting: Door deze exportsubsidies worden kleine boeren in ontwikkelingslanden weggeconcurreerd, en komt op den duur de eigen voedselvoorziening in gevaar.

· Diensten als drinkwatervoorziening, zorg en onderwijs blijven buiten de WTO. Dit blijft een zaak van nationale overheden niet van multinationals, zodat ook het armste deel van de bevolking toegang tot deze diensten blijft houden.

· De WTO wordt niet uitgebreid met nieuwe onderwerpen op gebied van mededinging en overheidsaanbestedingen. Technische assistentie van ontwikkelingslanden bij het navolgen van WTO-afspraken gebeurt door onafhankelijke VN-adviseurs, dus niet op de huidige manier waarbij bepaalde zaken aan landen worden opgelegd.

Internationale solidariteit en conflictpreventie

· GroenLinks steunt niet langer de internationale coalitie tegen het terrorisme. Hierdoor worden namelijk (linkse) oppositieleden, gematigde moslims en leden van etnische minderheden opgepakt onder het mom van terrrorismebestrijding. Dit leidt tot meer haat en meer terrorisme. Ook leidt de VS en niet de VN deze coalitie, waardoor haar economisch eigenbelang maar ook van andere westerse landen prefaleert boven internationale mensenrechten-, sociale - en milieuverdragen.

· Het Heavily Indebted Poor Countries-initiatief wordt flink uitgebreid zodat meer landen voor schuldverlichting in aanmerking komen, voor een groter aandeel van hun schuldenlast, in een sneller tempo en zonder voorwaarden zoals gebruikelijk in Structurele Aanpassings Programma's. De vrijkomende gelden moeten wel worden ingezet in armoedebestrijding en een duurzame ontwikkeling.'
Toelichting: Het huidige HIPC-initiatief betreft slechts een klein aantal landen, waardoor de armsten in landen als Brazilië en India hier niets van merken. Daarnaast wordt slechts een klein deel van de schuld kwijt gescholden in een veel te langzaam tempo. Soms wordt slechts het rentepercentage verlaagd. Ook moet men om voor schuldverlichting in aanmerking te komen voldoen aan SAP's, waarvan de nadelen inmiddels wel bekend zijn voor armoedebestrijding.

· Exportkredieten aan Nederlandse bedrijven worden alleen nog maar verschaft indien men ontwikkelingsrelevante goederen of diensten exporteert, die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling. Tevens dient de Kamer inzicht te krijgen in de transacties waarbij exportkredieten zijn verstrekt.
Toelichting: Het is een schande dat de schuldenlasten van ontwikkelingslanden nog steeds oplopen via exportkredieten, wanneer deze producten en diensten betreffen die niet bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van de ontwikkelingslanden. Alleen het bedrijfsleven in de ontwikkelde landen profiteert hiervan.

· Om de slagvaardigheid van de VN te vergroten ten opzichte van organisaties als WTO, IMF en Wereldbank krijgt de Algemene Vergadering de bevoegdheid om economische sancties op te leggen, als internationale verdragen niet worden nageleefd.
Toelichting: Juist het ontbreken van deze sanctiemogelijkheid beperkt de daadkracht van de VN ten opzichte van bijvoorbeeld de WTO die deze bevoegdheid wel heeft

· De Wereldbank stopt met het financieren van projecten die niet voldoen aan duurzaamheidseisen en armoedebestrijding, onder meer in de mijnbouw, fossiele brandstofwinning, exportlandbouw en waterdamprojecten.
Toelichting: Doordat de Wereldbank leningen verstrekt in deze vaak desastreuze projecten voor lokale bevolking en natuur, worden private banken en multinationals gestimuleerd ook aan deze projecten deel te nemen. Vaak is deelname van de Wereldbank zelfs voorwaarde voor hun deelname. In plaats van bij te dragen aan armoedebestrijding werken deze projecten armoede vaak in de hand doordat de plaatselijke bevolking gedwongen wordt haar grondgebied te verlaten, en zich in sloppenwijken of (voormalige) natuurgebieden te vestigen.

· Toegang voor ontwikkelingslanden tot de westerse markten moet zich meer richten op bewerkte producten. Juist deze producten leveren door hun hogere toegevoegde waarde een hogere bijdrage aan de lokale economieën dan producten in de primaire sector.
Toelichting: Deze landen hebben juist in deze bewerkte producten een concurrentievoordeel door hun lage loonkosten. De markten voor juist deze producten worden afgeschermd door de westerse landen, uit angst werkgelegenheid te verliezen. Ook hebben ontwikkelingslanden al jaren te maken met een ruilvoetverslechtering, zij krijgen lage prijzen voor hun primaire producten en moeten steeds meer betalen voor door hen geïmporteerde bewerkte producten.

· De conditie binnen Structurele Aanpassingsprogramma's van de Wereldbank en het IMF dat ontwikkelingslanden hun markt niet mogen afschermen tegen buitenlandse concurrentie, verdwijnt.
Toelichting: Noordelijke landen hebben economisch kunnen groeien doordat zij wel hun eigen markten en industrie konden afschermen tegen buitenlandse concurrentie. Dit gebeurt nog steeds overigens. Ontwikkelingslanden die onder invloed van Structurele Aanpassings Programma's van Wereldbank en IMF staan worden echter gedwongen hun markten open te stellen voor westerse producten.

· GroenLinks erkent dat een duurzame ontwikkeling waarbij recht gedaan wordt aan economische, sociale, culturele en milieubelangen de beste waarborg is om conflicten te voorkomen.
Toelichting: De basis voor conflictpreventie is een duurzame ontwikkeling. Door dit te erkennen kan gewerkt worden aan een coherent en consistent conflictpreventiebeleid.

· Bij de uitbreiding van de EU wordt binnen deze landen de werkgelegenheid in de kleinschalige lokale landbouw beschermd, omdat deze veelal met lage inputs van chemicaliën en met behoud van het karakteristieke landschap produceert. De fouten die gemaakt zijn tijdens de schaalvergroting in West-Europa mogen niet nogmaals gemaakt worden.
Toelichting: De uitbreiding zal, als er geen afdoende maatregelen genomen worden, gepaard gaan met een groot verlies aan kleine landbouwbedrijven en dus werkgelegenheid. Vooral in de landbouw zal dit betekenen dat nu kleinschalige biologische landbouw wordt vervangen door grootschalige milieuvervuilende landbouw die niets overlaat van het huidige landschap en de leefbaarheid van het platteland ernstig bedreigt.

· Nederland ratificeert alle internationale verdragen die afgesloten zijn binnen de VN, tevens stimuleert zij andere EU-lidstaten om hetzelfde te doen.
Toelichting: Verdragen zijn er om nageleefd te worden. Op dit moment gebeurt dit nog veel te weinig. Zo heeft Nederland nog steeds het Kyoto-protocol niet geratificeerd.